Over de dingen die verdwijnen - Print tekst
Woensdag de 29ste is de dag waarop ik een tas kocht, van lakleer met een 1,5 meter lange schouderband en een blije coupeuse, want die mocht hem inkorten, en…het is de dag dat ik ben bestolen! Het is mij wel vaker overkomen. Op een Cité Universitaire in Frankrijk waar ik in 1994/1995 -of was het 95/96- woonde, is enkele dagen voor mijn vertrek naar Nederland mijn horloge gejat. Tot op de dag van vandaag is de schoonmaakster de hoofdverdachte. Bij gebrek aan bewijsmateriaal heb ik dit verlies maar geaccepteerd. Met een knuffel en een compliment nam ik afscheid van haar. Dief of geen dief, ik vond haar aardig en genoot van de korte gesprekken die wij samen hadden. Haar fel roodgeverfde lippen zijn mij bijgebleven en de geur van haar parfum, vermengd met de chloor die ze gebruikte om de vloeren mee te boenen, dringt zich nog steeds aan mij op als ik aan haar denk.
Wat er aan vooraf ging
Terug naar die woensdag. Om tien uur stalde ik mijn fiets voor het eerst op een van de stationnetjes die deze studentenstad rijk is. ’s Middags als ik naar de kapper wil, kijk ik naar de plek waar ik hem had achtergelaten. Zeker weten dat ik hem hier gestald heb! Het enige wat er ligt, is het rode plastic zadelhoesje met reclame van het Vlaams Arsenaal. Het ligt er een beetje verlaten bij. Ik raap het op. Eigenlijk wist ik het al, maar om er zeker van te zijn, ben ik gaan kijken of mijn fiets niet ergens anders is neergezet. Na meer dan 20 minuten weet ik heel zeker en moet ik er wel aan: mijn fiets is foetsie. Taal noch teken van mijn stalen ros. En hij maakte nog wel zoveel herrie! De dag ervoor had mijn fietsmaatje nog gezegd: ‘Suheyla, je moet die ketting eens een keer smeren.’
Net voor sluitingstijd stap ik binnen bij de kapper. Ik vertel haar dat ik er eerder zou zijn geweest als ik had gefietst. Fiets helaas gestolen, lopen duurt het langst. De kapster is genadig en knipt mij. Omdat ik de beroerdste niet ben, kom ik haar tegemoet: ongeföhnd ga ik naar huis. Natuurlijk drogen doet wonderen voor mijn krullen.
Onderweg bedacht ik dat ik haar het fijne nieuws niet had verteld. Dankzij een vriendelijke buschauffeur hoefde ik maar een klein eindje te lopen. Hij had mij laten uitstappen op een plek waar dat normaal gesproken niet mag: voor een groen verkeerslicht. Achter de bus vormde zich een kleine file, maar dat deerde hem niet. Misschien wilde hij op zijn manier het onrecht dat mij was aangedaan goedmaken. Ik had hem namelijk net in geuren en kleuren verteld dat mijn fiets gestolen was en dat ik daarom de bus nam…
Ik heb de diefstal telefonisch gemeld bij de politie. Een stoere agentenstem vertelde dat ik online aangifte kon doen, via politie.nl. Niet alleen heb ik dat gedaan, ik heb ook een hogere autoriteit ervan op de hoogte gesteld. Tot nu toe heeft Hij niets van zich laten horen. En eerlijk gezegd, snap ik niet waarom mij dit is overkomen. Ik betaal netjes mijn belastingen, gireer giften en respecteer mijn vader en moeder. Waarom ik en waarom nu en waarom de HELE fiets?
Ben je ook wel eens bestolen en heb jij aangifte gedaan, bij welke autoriteit dan ook?
à la Suheyla is ontstaan uit het verlangen om te delen. Of zoals Petrus het zei: 'Maar wat ik heb, geef ik u'. (Handelingen 3:6).
- à la Suheyla deze week:
- Toe aan Carrière met God?
- à la Suheyla vorige week:
- Afhankelijkheidsverklaring



Reageer Log in of Registreer nu