Dankbaarheid. Ik denk dat ik het onderwerp maar eens negatief benader. Waar ben ik niet dankbaar voor? Machteloos toezien hoe iemand eigenwijs blijft en hulp weigert. Zelfs van artsen. Hoe diep moet je zinken, wil je wél hulp aanvaarden, is mijn hartenkreet.
Zeg nu niet: ‘Elk individu heeft recht op eigen beslissingen’. Ik weet het. En wat als bijvoorbeeld iemand verslaafd is? Mijn enige strohalm in dit soort situaties is God. Ik kniel en smeek of Hij die persoon wil helpen. ‘Heer, haal alle obstakels weg zodat Lies een goede inschatting kan maken.’ Hoewel ik hier soms het idee heb dat de duivel triomferend toekijkt. ‘Zie je wel, jouw gebeden maken geen indruk.’ Ik haat dat!
Onmogelijke situaties
Ik bid omdat ik in de opstanding van Jezus Christus geloof. Het volbrachte werk op Golgotha geldt nog steeds, ook in onmogelijke situaties. Jij en ik mogen uit deze waarheid putten. Jezus is voor onze zonden gestorven. En dat niet alleen. Hij heeft ook onze ziekten gedragen (Jesaja 53).
Onmacht
Voel ik de kracht van deze waarheid? Nee. En al helemaal niet als ik naar de trillende hand van de kerkgangster naast mij kijk. De artsen konden niets ontdekken, ondertussen lijdt ze wel. Ik zou dan het liefst een gebed prevelen en zeggen: ‘Vrouw, ga heen, want Jezus Christus heeft je genezen.’ Ondanks mijn gevoelens van onmacht bid ik stilletjes toch en hoop dat God misschien wel genadig is en haar geneest of op z’n minst haar pijn wil verzachten (2 Samuel 12: 22).
Dankbaar
Hier ben ik wel dankbaar voor, dat ik pijn en lijden bij God mag brengen. Een God over wie geschreven staat: ‘een man van smarten en vertrouwd met ziekten’ (Jesaja 53: 3). Telkens mag ik vol verwachting kijken naar een God die uit de dood is opgestaan. Hoe ik mij ook voel, iedere dag Pasen, het feest van de wederopstanding van Jezus.
Heb jij iets met Pasen?




Reageer Log in of Registreer nu